Naar inhoud springen

W.F. Wertheim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
W.F. Wertheim
Wertheim (staand) houdt in 1968 een toespraak voor studenten in het kader van de Derdewereld Week
Wertheim (staand) houdt in 1968 een toespraak voor studenten in het kader van de Derdewereld Week
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Willem Frederik Wertheim
Geboortedatum 16 november 1907
Geboorteplaats Sint-Petersburg
Overlijdensdatum 3 november 1998
Overlijdensplaats Wageningen
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederlands
Beroep socioloog, academisch docentBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit Leiden
Proefschrift Aansprakelijkheid voor schade buiten overeenkomst (1930)
Promotor(s) E.M. Meijers
Archieflocatie(s) Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis[1]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Sociologie
Universiteit Universiteit van Amsterdam
Rechtshogeschool van Batavia
Bekende werken De lange mars der emancipatie
Links
Dbnl-profiel

Willem Frederik (Wim) Wertheim (Sint-Petersburg, 16 november 1907Wageningen, 3 november 1998) was een Nederlands jurist, niet-westers socioloog, en hoogleraar niet-westerse sociologie aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Hij was gespecialiseerd in Zuidoost-Azië, en paste daarbij veelal marxistische verklaringen toe.

Leven en werk

[bewerken | brontekst bewerken]

Wertheim werd geboren in 1907 in Sint-Petersburg. Zijn ouders waren van Joodse afkomst, maar deden niets met het geloof en sloten zich aan bij de remonstrantse kerk om beter te assimileren. In 1917 vluchtten zij uit Rusland, en in 1933 uit Duitsland, vanwege het opkomende antisemitisme. Wertheim trouwde met Hetty Gijse Weenink (1903–1988). Na hun verhuizing naar Nederlands-Indië kregen zij drie kinderen: Marijke, Anne-Ruth en Hugo. Het gezin leefde in een welgesteld koloniaal milieu met Indonesische bedienden, waarin een hiërarchische verhouding tussen Europeanen en de lokale bevolking gebruikelijk was.

In 1936 begon Wertheim zijn academische loopbaan als hoogleraar aan de Rechtshogeschool van Batavia. In deze periode groeide zijn afkeer van de Nederlands-Indische 'apartheid' en zijn begrip voor het Indonesische nationalisme. Op 15 mei 1940 pleegden zijn ouders in Nederland zelfmoord, waarschijnlijk uit angst voor het dreigende lot van Joden onder het naziregime.

Na de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in 1942 werd Wertheim geïnterneerd. Als hoogleraar verbleef hij in de zogenoemde prominentenbarak.[2] Zijn vrouw en kinderen werden elders geïnterneerd. Toen de Japanners later Joodse gevangenen apart zetten, dreigden zijn half-Joodse kinderen te worden overgeplaatst naar een speciaal joods kamp. Hun moeder deed zich voor als Joods om bij hen te kunnen blijven. Na de oorlog bleek dat bijna de gehele Joodse familie Wertheim in Europa was omgebracht.[2]

Terug in Nederland werd Wertheim in 1947 benoemd tot hoogleraar in de sociologie van Zuid- en Zuidoost-Azië aan de Gemeenteuniversiteit van Amsterdam, waar hij tot zijn emeritaat in 1972 verbonden bleef.[3][4] Hij publiceerde over kolonialisme, dekolonisatie en maatschappelijke ongelijkheid.Wertheim uitte kritiek op het Nederlandse koloniale beleid en stelde zich ook kritisch op tegenover het regime van Soeharto. In 1965 maakte hij in De Groene Amsterdammer als een van de eersten in Nederland melding van de massamoorden in Indonesië.[5][3][4]

Wertheim sprak zich uit over de Chinese Culturele Revolutie (1966-1976) en zag in de ontwikkelingen onder Mao Zedong bevestiging van zijn opvattingen over revolutionaire verandering. Ook toen in het Westen meer bekend werd over de slachtoffers van onder meer de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1961) en de Culturele Revolutie, bleef hij geruime tijd benadrukken dat China een eigen ontwikkelingsweg volgde.[3][4] Tijdens zijn bezoeken aan de Volksrepubliek China had Wertheim voornamelijk contact met officiële instanties. Critici wezen erop dat hij de Chinese taal niet beheerste en daardoor in belangrijke mate was aangewezen op informatie van overheidsfunctionarissen.[5] In dit verband noemde auteur Jaap Kloosterman hem "primus inter pares onder de Nederlandse fellow-travellers".[6] In de laatste jaren van zijn leven nam hij meer afstand en erkende hij nadrukkelijker de problematische aspecten van de Maoïstische politiek.[3][4]

In Evolutie en revolutie (1971), later bewerkt tot De lange mars der emancipatie (1977), ontwikkelde Wertheim een algemene theorie over maatschappelijke verandering. Daarin beschreef hij historische ontwikkeling als een proces van emancipatie, waarin ondergeschikte groepen zich verzetten tegen heersende elites. Deze benadering vond met name in Nederland weerklank, maar kreeg daarbuiten beperkte verspreiding.[3]

Naast zijn theoretische werk publiceerde Wertheim omvangrijk over Indonesië en de dekolonisatie. Hij was gedurende langere tijd voorzitter van het Indonesië Comité en mengde zich in het publieke debat over ontwikkelingssamenwerking. Onder studenten verwierf hij bekendheid als pleitbezorger van democratisering van de universiteit in de jaren zestig.[4]

Nagedachtenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Wertheim geldt als inspiratiebron voor latere anti-kapitalistisch georiënteerde sociologen die zich bezighielden met ongelijkheid en emancipatie in niet-westerse - voornamelijk Zuidoost-Aziatische - samenlevingen, onder wie Jan Breman en Gerrit Huizer.[7]

Ter nagedachtenis wordt jaarlijks een Wertheim-lezing (Engels: Wertheim Lecture) georganiseerd. Dit initiatief werd begin jaren negentig genomen binnen de Aziatische tak van de toenmalige Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en markeerde de afsluiting van het academisch jaar.[8] De eerste lezing vond plaats in 1992; Wertheim nam zelf deel aan deze bijeenkomst en sprak daar over racisme in zowel de koloniale context als in Nederland.[9] In 1993 werd de lezing verzorgd door Benedict Anderson, die het thema nationalisme en de botsing van beschavingen behandelde. Ook in de jaren daarna bleef Wertheim bij de bijeenkomsten betrokken, tot aan zijn overlijden in 1998.[8] De lezingen vinden in 2026 nog altijd plaats vanuit de Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de UvA, georganiseerd door de programmagroep Moving Matters: People, Goods, Power and Ideas. In deze reeks worden vooraanstaande internationale wetenschappers uitgenodigd om in Amsterdam te reflecteren op vraagstukken rond macht, mobiliteit, ongelijkheid en maatschappelijke transformatie.[10]

Selecte bibliografie

[bewerken | brontekst bewerken]

Rechtswetenschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Sociologie en politiek

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Nederlandse cultuurinvloeden in Indonesië, Amsterdam: Ploegsma, 1948
  • Het rassenprobleem: de ondergang van een mythe. Den Haag: Albani, 1949
  • Herrijzend Azië: opstellen over de oosterse samenleving. Arnhem: Van Lochum Slaterus, 1950
  • A Study of Indonesian Society in Transition. Den Haag & Bandoeng: W. van Hoeve, 1959
  • East-West Parallels; Sociological Approaches to Modern Asia. Den Haag: W. van Hoeve, 1964
  • Evolutie en revolutie: de golfslag der emancipatie. Amsterdam: Van Gennep, 1971
  • Elite en Massa. Een bijdrage tot ontmaskering van de elitewaan. Amsterdam: Van Gennep, 1975
  • Tien jaar onrecht in Indonesië: militaire dictatuur en internationale steun. Amsterdam: Van Gennep, 1976
  • De lange mars der emancipatie, Van Gennep, 1977
  • Indonesië: van vorstenrijk tot neo-kolonie. Meppel: Boom, 1978
  • Emancipation in Asia: positive and negative lessons from China. Rotterdam, 1983
  • China om de zeven jaar. Berchem: EPO, 1993
  • Comparative Essays on Asia and the West. Amsterdam: VU University Press, 1993

Met Jan Romein

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Een wereld beweegt: de volken van Azië en Noord-Afrika op de weg naar onafhankelijkheid: hun geschiedenis van omstreeks 1900 tot de conferentie van Bandoeng. Samengesteld door J.M. Romein en W.F. Wertheim; met medew. van H.M. van Randwijk. Rotterdam: Brusse, 1958

Autobiografie

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Vier wendingen in ons bestaan: Indië verloren, Indonesië geboren. De Geus, 1991
  • A.H. Wertheim-Gijse Weenink, Burgers in verzet tegen regentenheerschappij: onrust in Sticht en Oversticht 1703-1706. Amsterdam: Van Gennep, 1976
  • A.H. Wertheim-Gijse Weenink, Twee woelige jaren in Zutphen: de plooierijen van februari 1703 tot februari 1705. Zutphen: Walburg Pers, 1977

Over Wertheim

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Breman, Jan, "W.F. Wertheim, een tegendraadse kroniekschrijver van maatschappelijke omwenteling." Sociologie (2017).
  • Rubinstein, Renate, Klein Chinees Woordenboek. Meulenhoff 1975.
  • Tromp, Bart, 'Elite heet voortaan voorhoede: de regels van het publieke debat en de kennissociologie van W.F. Wertheim'. In Bart Tromp, De samenleving als oplichterij. Amsterdam: Synopsis / De Arbeiderspers 1978.

Over Maoistisch China

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Dikötter, Frank, Mao's Great Famine. The History of China's Most Devastating Catastrophe, 1958-1962. Walker & Co., New York 2011.
  • Leys, Simon, Chinese schimmen. Met een voorwoord van Rudy Kousbroek en nawoord van Erik Zürcher. Arbeiderspers, Amsterdam 1976.
  • Leys, Simon, De nieuwe kleren van voorzitter Mau. Kroniek van de Culturele Revolutie. Het Wereldvenster, Baarn 1978. Voorwoord van Jaap Kloosterman.
  • Lipsius, Daniël, 'Het intellect van honderden miljoenen is bemest en beploegd': Beïnvloeding, motieven en achtergronden van het Chinabeeld van de Nederlandse revolutiereizigers naar communistisch China in het naoorlogse Nederland. Masterscriptie FGW, Universiteit van Amsterdam, 2017.
  • Snow, Edgar, Red star over China (div. edities)
  • Wu, Harry, Bittere kou. Negentien jaar in de Chinese goelag. Rainbow pocket, 1994.
[bewerken | brontekst bewerken]