Quintus Curtius Rufus
| Quintus Curtius Rufus | ||||
|---|---|---|---|---|
15e-eeuws manuscript van de Historia Alexandri Magni Macedonis | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 1e eeuw | |||
| Geboorteplaats | onbekend | |||
| Overlijdensdatum | 1ste eeuw | |||
| Overlijdensplaats | Africa | |||
| Geboorteland | Romeinse Rijk | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | historicus en politicus | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Floruit | 1ste eeuw | |||
| Werken | ||||
| Periode | Hoog-Romeinse Rijk | |||
| Genre(s) | Historiografie | |||
| Thema's | heldendaden van Alexander de Grote | |||
| Bekende werken | Historia Alexandri Magni Macedonis | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | J. Paul Getty-museum, Stadskasteel Zaltbommel,[1] Geldersch Landschap en Kasteelen | |||
| ||||
Quintus Curtius Rufus (?-53) was een Romeins senator (ook benoemd tot consul als homo novus) en historicus die leefde onder het principaat en een geschiedenis van Alexander de Grote schreef.
Over zijn identiteit is niets met zekerheid te zeggen, zelfs de tijd waarin hij leefde en schreef is onbekend. De speculaties lopen uiteen van de eerste eeuw (ten tijde van keizer Caligula, 37-41, of Vespasianus), tot de vierde eeuw. Hij wordt in verband gebracht met verscheidene figuren die dezelfde naam hadden, Curtius Rufus, waarvan de meeste in de eerste helft van de eerste eeuw te identificeren zijn. Bij de geschiedschrijver Tacitus (in zijn Annales 11.21) komt een Curtius Rufus voor. Toen die zijn toga virilis kreeg, ging hij mee in het gezelschap van een quaestor die in de provincia Africa dienstdeed. Daar was hij op een dag gaan wandelen in een wat vergeten galerij toen een meer dan menselijk grote vrouwenfiguur aan hem verscheen en een stem zei "Jij, Rufus, bent de man die op een dag in deze provincia zal komen als proconsul". Maar het is dus geenszins zeker of het hier over de geschiedschrijver gaat.[2]
Curtius Rufus zou zich, nog steeds volgens Tacitus, ingespannen hebben met de financiële steun van zijn vrienden om zelf quaestor te worden. Hij schopte het vervolgens tot praetor, ondanks protest van de patricische kandidaten. Hij zou door de doorslaggevende stem van de princeps Tiberius verkozen zijn, die zei dat "Curtius Rufus mij zijn eigen voorouder lijkt te zijn." Als propraetor werd hij naar Germania superior gestuurd. Daar liet hij in de streek van de Taunus een mijn ontginnen door de milites achter zilver, maar dit leverde maar een povere buit op. Er werd hem echter tekenen van de triomf toegekend, nadat zijn milites heimelijk een brief naar de princeps gestuurd hadden om hem die eer te geven, opdat hij hen niet meer verder zou gebruiken als mijnwerkers. Zijn carrière vertoont een lacune tussen het ambt van praetor en dat van consul. Waarschijnlijk klom hij op als gunsteling van praefectus praetorio Lucius Aelius Seianus en stokte zijn carrière met diens val in 31. Onder Caligula zou hij nog niet kunnen terugkeren naar de politiek en zich op zijn schrijven gericht hebben en pas onder Claudius zou hij dan terug in de politiek gestapt zijn. Tot slot, na veel hielenlikkerij en andere politieke trucs, werd hij uiteindelijk consul in 43. In 53 werd hij als proconsul naar de provincia Africa, waar hij zou overlijden.
Curtius Rufus publiceerde (± 50?) een groot werk in 10 boeken over de heldendaden van Alexander de Grote, de Historiarum Alexandri Magni Macedonis Libri Qui Supersunt. De eerste twee boeken zijn evenwel verloren gegaan, zodat de geschiedenis begint met de tocht door Phrygië en het doorhakken van de Gordiaanse knoop. De naam Quintus Curtius Rufus verschijnt alleen in laat-middeleeuwse manuscripten; het werk zelf is oorspronkelijk anoniem. Traditioneel wordt het werk in de 1e eeuw n.Chr. geplaatst, mogelijk onder de Flavische of Claudische keizers, maar sommige geleerden pleiten voor een latere datering. Onderzoek naar stijl- en taalkenmerken toont archaïsmen, lacunes en tegenstijdigheden, wat mogelijk wijst op bewerkingen en veranderingen in de overlevering. Daarnaast is er debat over de mate van historische betrouwbaarheid en de retorische en morele doeleinden van het werk. Onzekerheid blijft over naam, datering en identiteit van de auteur, en over de tekstgeschiedenis van het werk.[3]
Wellicht heeft Curtius degelijke Griekse bronnen gebruikt, maar hij bekommerde zich slechts in geringe mate om de historische betrouwbaarheid van zijn relaas. Hij gaf de voorkeur aan fantastische gebeurtenissen en handelingen, effectvolle en boeiende dramatische schildering, interessante beschrijvingen en moraliserende geleerddoenerij.
Vertalingen
[bewerken | brontekst bewerken]Engels:
- History of Alexander (Books I-V), Harvard University, 1946. Vertaald door John C. Rolfe.
- History of Alexander, Penguin, 1984. Vertaald door John C. Rolfe.
Nederlands:
- Quintus Curtius Rufus. Alexander de Grote. Triomf en tragiek van een veldheer. Vertaald door Julius Roos, met een inleiding door Diederik Burgersdijk, Amsterdam University Press, Amsterdam 2025.[4]
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- John E. Atkinson ‘Quintus Curtius Rufus’ Historiae Alexandri Magni’, Aufstieg und Niedergang der Römischen Welt II.34.4 (1997) 3447-83.
- James Romm en Pamela Mensch - Alexander the Great: Selections from Arrian, Diodorus, Plutarch and Quintus Curtius (2005, Hackett)
- Julius Roos ‘Quintus Curtius Rufus: fantast of fantastisch?’, Hermeneus 95.3 (2023) 17-23.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Quinti Curtii Rufi de Rebus Gestis Alexandri Magni, Regis Macedonum, Libri Superstites.. Geraadpleegd op 14 maart 2021.
- ↑ Burgersdijk, Diederik (04-03-2025). Curtius Rufus. Alexander de Grote. Triomf en Tragiek van een veldheer, vertaald door Julius Roos met een inleiding door Diederik Burgersdijk.. Amsterdam University Press, p. 11-12. ISBN 9789048567645. Geraadpleegd op 29-03-2026.
- ↑ Atkinson, John. Atkinson, J.E. 1997 ‘Quintus Curtius Rufus’ Historiae Alexandri Magni’, Aufstieg und Niedergang der Römischen Welt II.34.4., Atkinson, J.E. 1997 ‘Quintus Curtius Rufus’ Historiae Alexandri Magni’, Aufstieg und Niedergang der Römischen Welt II.34.4, 3447-83.. Geraadpleegd op 29-03-2026.
- ↑ vertaald door Julius Roos, Curtius Rufus. Triomf en tragiek van een veldheer.. Amsterdam University Press (04-03-2025). Geraadpleegd op 29-03-2026.