Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen
| Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen | ||
|---|---|---|
H.G. van de Sande Bakhuyzen | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Titelatuur/graad | doctoraat | |
| Volledige naam | Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen | |
| Geboortedatum | 2 april 1838 | |
| Geboorteplaats | Den Haag | |
| Overlijdensdatum | 8 januari 1923 | |
| Overlijdensplaats | Leiden | |
| Nationaliteit | Nederland | |
| Beroep | astronoom, academisch docent[1][2][3] | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit Leiden[4] | |
| Promotor(s) | Frederik Kaiser | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | Astronomie | |
| Universiteit | Universiteit Leiden | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | rector magnificus van de Universiteit Leiden | |
| Lid van | Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Van de Sande Bakhuyzen, Accademia Nazionale dei Lincei (31 augustus 1910) | |
| Prijzen en erkenningen | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in het Legioen van Eer | |
| Links | ||
| Dbnl-profiel | ||

Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen (Den Haag, 2 april 1838 – Leiden, 8 januari 1923) was een Nederlandse astronoom.
Opleiding
[bewerken | brontekst bewerken]Toen Van de Sande Bakhuyzen op 1 juni 1859 het ingenieursdiploma aan de Koninklijke Akademie te Delft behaald had, deed hij toelatingsexamen voor de commissie van de Universiteit Leiden. Hij studeerde wis- en natuurkunde en deed in juni 1869 het kandidaatsexamen.
Werk met de meridiaancirkel
[bewerken | brontekst bewerken]In 1861 had de universiteit een nieuw observatorium in gebruik genomen, de tegenwoordige Oude Sterrewacht, met als voornaamste instrument de prestigieuze meridiaankijker. Na zijn kandidaatsexamen ging Van de Sande Bakhuyzen hiermee werken onder leiding van dr. Nicolaas Matheus, de eerste observator. In september en oktober deden zij een proef naar de onafhankelijkheidsbepaling van de poolshoogte van de sterrenwacht; onafhankelijk in zoverre dat zij niet steunde op de declinaties der waargenomen sterren, maar integendeel, én de poolshoogte én de declinatie der gebruikte sterren (hier in de eerste plaats de Poolster) moesten opleveren. Frederik Kaiser gaf hiervan een bericht in de Verslagen en mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, deel XIII.
Ook in het daaropvolgende jaar bleef Van de Sande Bakhuyzen met de meridiaankijker werkzaam en bepaalde hij met dat werktuig niet alleen de plaatsen van een aantal planetoïden, maar hield hij zich ook bezig met het onderzoek naar de invloed van de buiging die de zwaartekracht op de delen van dat instrument uitoefende. Zijn proefschrift (Over den invloed der buiging op de hoogten van hemellichten, met den meridiaan-cirkel bepaald) was een bewerking van deze studie, die hij op 21 april 1863 verdedigde.
Werk buiten de Sterrewacht
[bewerken | brontekst bewerken]
Van de Sande Bakhuyzen werd benoemd tot leraar voor wis- en natuurkundige vakken aan het gymnasium in Den Haag, daarna in dezelfde functie aan de Hogere Burgerschool te Utrecht, en werd als opvolger van professor Grinwis tot hoogleraar in de toegepaste natuurkunde te Delft benoemd. Na de dood van Kaiser, op 28 juli 1872, werd hij in diens plaats als hoogleraar in Leiden benoemd, een betrekking die hij op 20 december aanvaardde met de rede De methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd worden.
Geodesie en waterstanden
[bewerken | brontekst bewerken]Een belangrijk deel van het werk van Van de Sande Bakhuyzen betrof de nauwkeurigheid van metingen. Essentieel in de sterrenkunde, maar ook van belang bij de geodesie en getijwaarnemingen. Om die reden is hij een aantal keren gevraagd om zijn expertise in te zetten bij andere projecten waarbij nauwkeurigheid van belang was. Zo was het belangrijk voor cartografen om de afmetingen van de aarde precies te kennen. Hiervoor is in 1862 de Midden-Europese Graadmetingscommissie opgericht, wat in Nederland leidde tot de oprichting van de Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing. Gerelateerd hieraan was de Pruissische vraag in 1874 om het Nederlandse N.A.P. te koppelen aan het Duitse referentieniveau. Dit werk werd opgepakt door Lewis Cohen Stuart, en na diens dood in 1878 voortgezet door Van de Sande Bakhuyzen als voorzitter van deze rijkscommissie. Het eindrapport is in 1888 door Van de Sande Bakhuyzen uitgebracht.[5]
In 1908 deed hij een onderzoek naar de waterstanden in Amsterdam over de periode van 1700 tot 1860 (dit zijn de waarnemingen aan het Stadswaterkantoor te Amsterdam).[6] Een jaar later publiceerde hij een nota over de bodemdaling in Nederland.[7] Een samenvatting hiervan is gepubliceerd in De Ingenieur van 8 oktober 1910[8]
Een ander probleem waarbij nauwkeurige berekening nodig was, was een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916, waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland niet hoger was dan bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. Om dit te onderzoeken werd een Staatscommissie ingesteld. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was.[9] Terzijde: bij de Watersnoodramp in 1953 was de waterstand daar 3,75 m boven N.A.P.; tussen 1916 en 1953 was de gemiddelde zeespiegel ruim acht centimeter gestegen.[10]
Verder werk voor de Sterrewacht en elders
[bewerken | brontekst bewerken]
Van de Sande Bakhuyzen benoemde nu zijn broer, Dr. Ernst F. van de Sande Bakhuyzen tot observator; hijzelf ging verder met waarnemingen om het zogenaamde constante getal oftewel de aberratie te bepalen volgens de methode van Loewy. Naast het onderzoek van de poolshoogte werkte hij aan een onderzoek naar de richting waarin het zonnestelsel zich door de ruimte beweegt (gepubliceerd in de Verslagen der zittingen van de wis- en natuurkundige afdeling der Koninklijke Academie van Wetenschappen van 27 mei 1893 en 21 april 1894). In 1888 volgde hij Buys Ballot op als voorzitter der Natuurkundige Afdeling van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Er werd verder een rijkscommissie van driehoeksmetingen en aanverwante werkzaamheden opgericht, waarvan hij lid en vanaf de dood van Stamkart voorzitter was. Van de Sande Bakhuyzen nam ook deel aan de bepaling van lengteverschillen tussen Leiden, Greenwich, Parijs en Ubachsberg; hiervoor gebruikte men de elektromagnetische pulsen van telegraafseinen. Hij was een der meest actieve leden in de Commissie voor de uitgave van Christiaan Huygens.
De bekendste promovendus van Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen was Anton Pannekoek (1902).
Commissies
[bewerken | brontekst bewerken]In 1882 werd Van de Sande Bakhuyzen lid van het Permanente Comité van de Internationale Vereniging van Graadmeting; in 1877 lid van verstand van het Astronomisch Gesellschaft en in 1889 lid van het Permanent comité van het internationale congres voor de vervaardiging van een fotografische kaart van de sterrehemel (de Carte du Ciel).
De Bakhuysen-krater (met een "s") op Mars is naar hem genoemd.
Familierelaties
[bewerken | brontekst bewerken]
Van de Sande Bakhuyzen was een zoon van Hendrikus van de Sande Bakhuyzen en de vader van Adriaan van de Sande Bakhuyzen (1874-1951), burgemeester van Leiden tussen 1927 en 1941 en in 1945. Hij is ook een oom van Joost van Vollenhoven (1866-1923), in de periode 1913-1923 Tweede Kamerlid en directeur van De Nederlandsche Bank.
Overlijden
[bewerken | brontekst bewerken]Na zijn overlijden op 8 januari 1923 in Leiden werd hij begraven op de begraafplaats Groenesteeg in Leiden, grafnummer 506.
De locatie van originele exemplaren van deze publicaties is te vinden door uitvouwen van Bibliografische Informatie hieronder en dan op het OCLC nummer achter ‘world cat identities’ te klikken. Biografische gegevens in dit uitklapscherm bij Biografisch Portaal en bij DBNL.
- link naar overzicht met Publicaties van Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen
- (fr) Van de Sande Bakhuyzen, H.G. (1893). Rapport sur les longitudes, latitudes et azimuts. Impr. Attinger frères, Neuchatel.
Bronnen
- Hendricus Gerardus van de Sande Bakhuyzen. Biografisch Portaal. Gearchiveerd op 7 november 2022. Geraadpleegd op 11 juli 2022.
- Oudemans Jr., A.C. (28 juli 1894). Prof. H.C. van de Sande Bakhuyzen. Eigen Haard 19 (30): blz 468-472
Externe links
Referenties
- ↑ dataset Library TU Delft; geraadpleegd op: 20 mei 2019.
- ↑ Leidse Hoogleraren; geraadpleegd op: 19 juni 2019; Leidse Hoogleraren-identificatiecode: 1059.
- ↑ Onze Hoogleeraren; pagina('s): 77.
- ↑ Mathematics Genealogy Project.
- ↑ Van de Sande Bakhuyzen, H.G., Cohen Stuart, L., Van Diessen, G. (1888). Uitkomsten der rijkswaterpassing. Martinus Nijhoff. Gearchiveerd op 31 oktober 2022.
- ↑ van de Sande Bakhuyzen, H.G. (1908). Over de hoogte van den gemiddelden zeestand in het Y voor Amsterdam van 1700 tot 1860. Verhandelingen der Koninklijke Academie van Wetenschappen te Amsterdam : blz 766-772
- ↑ van de Sande Bakhuyzen, H.G. (1909). Nota omtrent eenige bepalingen van de daling van den bodem van Nederland langs de zeekust. Verh. Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, afd, Natuurkunde : blz 391 e.v.
- ↑ Blauwpot ten Cate, D.H.S. (08-10-1910). De daling van den bodem van Nederland gedurende de laatste twee eeuwen. De ingenieur 25 (41)
- ↑ Van de Sande Bakhuyzen, H.G. (1920). Verslag van de staatscommissie. Gebr. van Langenhuysen.
- ↑ Rijkswaterstaat (1961). Verslag over de stormvloed van 1953. Staatsuitgeverij, blz 68.
| Voorganger: Jan Pieter Nicolaas Land |
Rector magnificus van de Universiteit Leiden 1886 - 1887 |
Opvolger: Samuel Siegmund Rosenstein |