Coos Huijsen
| Coos Huijsen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Jacobus Huijsen | |||
| Geboortedatum | 20 maart 1939 | |||
| Geboorteplaats | Den Haag | |||
| Partij | CHU (tot 1973) PvdA (1977–2002) | |||
| Titulatuur | dr. | |||
| Functies | ||||
| 1972, 1976-1977 | lid Tweede Kamer | |||
| 1976-1977 | Fractievoorzitter Groep Huijsen | |||
| ||||
Jacobus (Coos) Huijsen (Den Haag, 20 maart 1939) is een Nederlandse historicus, schrijver, politicus en homoactivist. Hij was in 1976 de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld.
Huijsen werd begin jaren zestig politiek actief en profileerde zich als exponent van de progressieve vleugel van de Christelijk-Historische Unie (CHU). In 1972 werd hij een korte periode Tweede Kamerlid voor deze partij. Toen het CHU het linkse kabinet-Den Uyl weigerde te steunen vormde Huijsen, toen hij in 1976 door opvolging in de Tweede Kamer kwam, een eenmansfractie. Op dat moment kwam hij publiekelijk uit voor zijn homoseksualiteit. Op het moment dat hij in 1977 de Tweede Kamer weer verliet, stapte hij over naar de Partij van de Arbeid (PvdA). In 2002 zegde Huijsen zijn PvdA-lidmaatschap op.[1]
Jeugd en vroege loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Huijsen groeide op in Oude Tonge op Goeree-Overflakkee. Op tweejarige leeftijd scheidden zijn ouders en trok hij met zijn moeder in bij haar ouders en broer. Zijn vader was bij de opvoeding grotendeels afwezig. Vanwege de inundatie van een deel van het eiland tijdens de Tweede Wereldoorlog trokken ze in bij een familie in Melissant.[2]
Na de oorlog verhuisde Huijsens veelvuldig, omdat zijn moeder steeds op een andere plek werkte, waarbij hij soms ook achterbleef bij zijn grootouders of oom.[3] In 1952 verhuisde hij met zijn moeder naar Amsterdam, die daar trouwde met een violist van het Concertgebouworkest.[3]
In een zoektocht naar zingeving besloot Huijsen op catechisatie te gaan bij een hervormde dominee en in 1958 deed hij belijdenis.[4]
In Amsterdam volgde Huijsen de mulo en later de Hervormde Kweekschool.[5] Na zijn opleiding vervulde hij vanaf de herfst van 1962 zijn militaire dienstplicht bij de Geneeskundige Troepen in Amersfoort.[6]
Enige tijd was Huijsen voorzitter van het Monarchistisch Democratisch Jongerencontact. Na een bezoek aan monarchisten in Oostenrijk werd hij uitgenodigd om aartshertog Otto van Habsburg te ontmoeten, de zoon van de laatste keizer. Via de directeur van de kweekschool, CHU-senator Johan van Hulst, werd Huijsen naar eigen zeggen gewaarschuwd door de Nederlandse veiligheidsdienst dat Oostenrijkse monarchisten hem wilde gebruiken voor hun campagne en dat de Oostenrijkse veiligheidsdiensten dat wilden voorkomen. Huijsen liet zich daar niet mee in.[7]
Na zijn militaire dienst ging Huijsen aan de slag als docent. Van 1963 tot 1968 was hij onderwijzer aan de Prins Bernhardschool te Delft. Tegelijkertijd volgde hij de middelbare opleiding geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam,[8] die hij in 1972 voltooide.[9] In 1968 werd hij leraar geschiedenis aan het Christelijk Lyceum Overvoorde in Den Haag.[10]
CHU-politicus
[bewerken | brontekst bewerken]CHJO
[bewerken | brontekst bewerken]Begin jaren zestig werd Huijsen lid van de Christelijk-Historische Jongeren Organisatie (CHJO), de jongerenorganisatie van de Christelijk Historische Unie (CHU).[11] Vanaf 1 mei 1966 werd hij voorzitter van de CHJO,[10] wat hij tot september 1970 zou blijven.[12] In 1966 werd hij ook voorzitter van de Delftse afdeling van de CHU.[10]
De CHJO vertegenwoordige de progressieve stroming in de christelijk-historische kring, waar hij naar eigen zeggen als voorzitter de spreekbuis van was.[8] Na het verlies bij de Tweede Kamerverkiezingen 1967 sprak de CHJO zich uit tegen de immobiliteit en verstarring binnen de partij en indirect tegen de partijleider Henk Beernink.[13] Huijsen werd lid van een commissie onder leiding van oud-minister Ynso Scholten die de verkiezingsnederlaag analyseerde.[10] De commissie stelde een gematigd progressieve koers voor.[14] De partij zette daarnaast ook in op nauwere samenwerking met de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP). Namens de CHU maakte hij deel uit van de Groep van Achttien en later de Contactraad.[10]
Kamerlid
[bewerken | brontekst bewerken]Voor de Tweede Kamerverkiezingen 1971 werd Huijsen door de CHJO gekandideerd. Geruchten over zijn seksualiteit leidden ertoe dat de Haagse Post begin 1971 een artikel publiceerde met als titel 'Verkeerde Koos'. Op vragen of hij homoseksueel was, antwoordde hij ontkennend, omdat hij de tijd er nog niet rijp voor achtte. Huijsen werd uiteindelijk op de zestiende plaats van de kandidatenlijst geplaatst.[15]
Omdat de partij een verkiezingsnederlaag leed en slechts tien zetels won, kwam hij pas op 20 juni 1972 in de Kamer. Die zomer viel echter al het kabinet-Biesheuvel I en werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Voor de Tweede Kamerverkiezingen 1972 werd hij aanvankelijk door het bestuur op plaats vier geplaatst, maar zakte naar plaats acht op de kandidatenlijst.[10] Ondanks de lagere plaatsing besloot Huijsen zich niet terug te trekken, maar waarschuwde hij naar eigen zeggen wel dat hij zich desnoods zou afsplitsen als CHU zich niet zou houden aan het gezamenlijke programma met ARP en KVP.[16] De partij verloor wederom en eindigde met slechts zeven zetels, waardoor Huijsen niet direct toetrad tot de Kamer.
Homoactivist en onafhankelijk politicus
[bewerken | brontekst bewerken]
Voor de verkiezingen had Huijsen zich al voorgenomen de volgende zittingsperiode uit de kast te komen.[16] In de periode 1972-1973 maakte hij zijn homoseksualiteit kenbaar aan zijn omgeving.[17] In die periode ontmoette hij ook zijn partner. In 1974 maakte hij daarnaast de overstap naar het openbaar onderwijs, omdat hij vreesde daar als homo niet volledig geaccepteerd te worden.[18] Hij ging daarom geschiedenis geven aan de Openbare Scholengemeenschap "Gerrit van der Veen".[10]
In 1973 brak hij met de CHU, omdat hij het er niet mee eens was dat de partij niet toetrad tot het kabinet-Den Uyl en ARP en KVP wel. Hij liet in het midden of hij een zetel wel zou innemen.[19] Drie jaar later, op 30 maart 1976, nam hij als onafhankelijk Kamerlid de vrijgekomen zetel van Willem Scholten in.[10]
Naast dat hij de eerste parlementariër ter wereld werd die openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit, was hij medeoprichter en voorzitter van de PvdA-homogroep eind jaren 1970, bestuurslid van de Schorer (stichting) (1978-1981) en voorzitter van de Stichting Vrije Relatierechten (1977-1981), die in het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam in 1977 de befaamde ‘Miami Nightmare’ organiseerde tegen de Amerikaanse anti-homoactiviste Anita Bryant. Hij was voorzitter van de Amsterdamse Gemeentelijke Werkgroep Homo-Emancipatie (1985-1986). Omdat Huijsen ervan overtuigd was dat mensenrechten één en ondeelbaar pakket zijn, zette hij zich ook in voor de anti-apartheidsbeweging. In de jaren tachtig was hij voorzitter van het Defence and Aid Fund Nederland (DAFN), dat fondsen wierf ter bestrijding van het racisme in Zuid-Afrika. Huijsen was in 2009 ook medeoprichter (en sindsdien voorzitter) van Het Blauwe Fonds, dat donaties en legaten werft voor projecten ter ondersteuning van de LGBT-emancipatie. Voor zijn maatschappelijke inspanningen werd hij in 2016 bekroond met de Frans Banninck Cocqpenning van de stad Amsterdam. In 2017 werd hij bovendien benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Maatschappelijke loopbaan, publicaties en aandachtsgebieden
[bewerken | brontekst bewerken]Huijsen heeft regelmatig gepubliceerd in dagbladen en tijdschriften, waaronder Socialisme & Democratie. In de jaren tachtig en negentig ging dit vooral over de sociaal-culturele en levensbeschouwelijke aspecten van de politiek. Ook schreef hij de boeken Nog is links niet verloren (1982), Socialisme als opdracht (1986) en De PvdA en het Von Münchhausensyndroom (1990). Al in het eerste boek signaleerde hij een toenemende kloof tussen de PvdA en haar traditionele kiezersaanhang in de volksbuurten.
Zijn belangstelling voor de cultuurhistorische context van de democratie, in het bijzonder waar het de sociale cohesie aangaat, kwam eveneens tot uitdrukking in een aantal boeken over de betekenis van Oranje in de Nederlandse samenleving: De Oranjemythe. Een postmodern fenomeen (2001) en Beatrix. De kroon op de republiek (2005), een biografie ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van koningin Beatrix der Nederlanden. Dit leidde tot een onderzoek naar de betekenis van Oranje voor het Nederlandse natiebesef, dat hij afrondde met zijn proefschrift Nederland en het verhaal van Oranje in 2012. Het boek werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs.
De betrokkenheid bij de nationale identiteit en actuele debatten over immigratie, integratie en de Europese Unie leidden tot twee nieuwe publicaties, samen met historicus Geerten Waling: Wat is een natie?, vertaling, inleiding en duiding van Qu’est-ce qu’une nation? (1882) van Ernest Renan en De geboortepapieren van Nederland, inleiding en toelichting bij de bronteksten Unie van Utrecht (1579), de Apologie van Willem van Oranje (1581) en het Plakkaat van Verlating (1581), die in hedendaags Nederlands in het boek zijn opgenomen.
Publicaties
[bewerken | brontekst bewerken]- Nog is links niet verloren. Pleidooi voor een menselijke politiek (1982).
- Socialisme als opdracht (1986).
- De PvdA en het Von Münchhausen-syndroom (1990).
- De Oranjemythe. Een postmodern fenomeen (2001).
- Beatrix. De kroon op de republiek (2005).
- Nederland en het Verhaal van Oranje (2012).
- Wat is een natie (2013)., samen met Geerten Waling
- De geboortepapieren van Nederland. Elsevier & Nationaal Archief (2014)., samen met Geerten Waling
- Homo Politicus. De eerste parlementariër ter wereld die uit de kast kwam (2016).
- Ode aan het klootjesvolk. Populisme als smoesje van een falende elite (2020).
- Roze draad. Strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie (2026)., met Geerten Waling
Bron
[bewerken | brontekst bewerken]- Huijsen, Coos. Homo Politicus. De eerste parlementariër ter wereld die uit de kast kwam., e-boek.
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]Referenties
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Bakhuijzen, Kees, “Door het ontkennen van morele dilemma’s ontneem je de democratische politiek haar kansen”. Vrij Links (3 november 2020).
- ↑ Huijsen 2016, pp. 9-15.
- 1 2 Huijsen 2016, pp. 19-26.
- ↑ Huijsen 2016, pp. 50-51.
- ↑ Huijsen 2016, p. 52.
- ↑ Huijsen 2016, p. 66.
- ↑ Huijsen 2016, pp. 72-73.
- 1 2 Huijsen 2016, p. 75.
- ↑ Huijsen 2016, p. 88.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 J. (Coos) Huijsen. Parlement.com. (uitgebreide versie)
- ↑ Huijsen 2016, p. 70.
- ↑ Huijsen 2016, p. 93.
- ↑ Huijsen 2016, p. 78.
- ↑ Huijsen 2016, p. 80.
- ↑ Huijsen 2016, pp. 93-95.
- 1 2 Huijsen 2016, p. 97.
- ↑ Huijsen 2016, p. 103.
- ↑ Huijsen 2016, p. 117.
- ↑ Ex-Kamerlid Huijsen bedankt voor CHU. De Waarheid.