Naar inhoud springen

20 wekenecho

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De 20 wekenecho, medisch aangeduid als het structureel echoscopisch onderzoek, is een prenataal onderzoek dat tijdens de zwangerschap wordt uitgevoerd om te screenen op structurele lichamelijke afwijkingen bij de foetus. Het onderzoek vindt in de regel plaats tussen de 18e en 21e week van de zwangerschap.

Doel van het onderzoek

[bewerken | brontekst bewerken]

Het primaire doel van de 20 wekenecho is het vroegtijdig opsporen van aangeboren afwijkingen. Hoewel veel aanstaande ouders het onderzoek aangrijpen om het geslacht van het kind te bepalen, is het een medische procedure. Tijdens de echo worden de ontwikkeling van de organen en de groei van de foetus systematisch beoordeeld.

Specifieke aandachtspunten tijdens de scan zijn:

  • Schedel en hersenen: Controle op afwijkingen zoals een anencefalie of hydrocefalie.
  • Wervelkolom: Screening op een open ruggetje (spina bifida).
  • Hart: Beoordeling van de vier hartkamers en de grote vaten.
  • Buikorganen: Controle van de maag, darmen, nieren en de blaas.
  • Ledematen: Aanwezigheid en vorm van botten en ledematen.
  • Placenta en vruchtwater: De positie van de moederkoek en de hoeveelheid vruchtwater worden gecontroleerd.

Procedure en counseling

[bewerken | brontekst bewerken]

Deelname aan de 20 wekenecho is op basis van vrijwilligheid (informed consent). Voorafgaand aan het onderzoek vindt een gesprek plaats met een verloskundige of gynaecoloog, waarin de ouders worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen van de screening.

Vanwege de vereiste concentratie van de echoscopist gelden er vaak strikte regels in de onderzoekskamer; zo wordt het meebrengen van kinderen meestal afgeraden of verboden.

Beperkingen en vervolgonderzoek

[bewerken | brontekst bewerken]

De 20 wekenecho biedt geen garantie op een gezond kind. Niet alle afwijkingen zijn met echografie zichtbaar. De detectiegraad varieert per type afwijking; zo worden neuralebuisdefecten vaker ontdekt dan bepaalde hartafwijkingen.

Indien de echoscopist een afwijking vermoedt, worden de ouders verwezen voor een Geavanceerd Ultrageluid Onderzoek. Dit is een medisch-specialistisch onderzoek in een centrum voor prenatale diagnostiek, uitgevoerd door een gynaecoloog-perinatoloog.