Johan Valckenaer
| Johan Valckenaer | ||||
|---|---|---|---|---|
Een portret van Johan Valckenaer | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | 12 januari 1759 | |||
| Geboorteplaats | Franeker | |||
| Overlijdensdatum | 25 januari 1821 | |||
| Overlijdensplaats | Bennebroek | |||
| Partij | Patriotten | |||
| Titulatuur | Professor Mr. | |||
| ||||

Johan Valckenaer (Franeker, 12 januari 1759 – Bennebroek, 25 januari 1821) was een Nederlands jurist, patriot en diplomaat. Als overtuigd en passievolle patriot promootte hij het recht op het bezitten van vuurwapens. Na de Pruisische inval van september 1787, vluchtte hij naar noord-Frankrijk waar hij in een persoonlijke vete terecht raakte met Court Lambertus van Beyma. In die periode stelde hij in 1791 voorstellen op voor de creatie van een nieuwe grondwet en flirtte in 1793 kortstondig met het idee van de invoering van een constitutionele monarchie.[1][2] Na zijn terugkeer in het land na de Bataafse Revolutie in 1795 vervulde hij een meervoud aan functies, alvorens van gedachte te veranderen over de Franse bezetter kort voor de bevrijding in 1813.
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Jeugd en vlucht naar noord-Frankrijk
[bewerken | brontekst bewerken]Valckenaer werd geboren als zoon van Lodewijk Caspar Valckenaer, hoogleraar Grieks aan de Universiteit van Franeker, en Johanna van der Streng. In 1766 kreeg zijn vader een aanstelling in Leiden als opvolger van Tiberius Hemsterhuis en ging hij vaderlandse geschiedenis onderwijzen. Johan verdiepte zich ondertussen in klassieke en Franse schrijvers zoals Voltaire en Rousseau. Hij promoveerde in 1781 en trouwde met Rutgera Joanna de Lille in 1785. Zij was de dochter van de Franeker hoogleraar in de geneeskunde, Christiaan Everhard de Lille.[3] Zijn familie was verwant met de Luzacs, uitgevers van een internationaal gerenommeerde krant Gazette de Leyde. Johan en Emilie Luzac waren respectievelijk zijn neef en nicht.

In november 1781 werd Valckenaer benoemd als hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Franeker, maar werd op 16 mei 1787 ontslagen vanwege zijn lidmaatschap van een exercitiegenootschap.[4] Hij kreeg een aanstelling in Utrecht, toentertijd een democratisch en patriottisch bolwerk. Begin september van dat jaar trachtte Valckenaer tevergeefs een tiental afgescheiden Friese Statenleden onder leiding van Court Lambertus van Beyma te weerhouden een alternatieve Provinciale Staten te Franeker te organiseren. Enkele weken later bij de inval van het Pruisische leger om een einde te maken aan de patriottische excercitiegenootschappen en het stadhouderschap te herstellen, vluchtte Valckenaer in eerste instantie naar Amsterdam, vervolgens naar Brussel en Sint-Omaars in Noord-Frankrijk. De topstukken zoals Wybo Fijnje, Herman Willem Daendels, Adam Gerard Mappa en Valckenaer woonden tijdelijk in de voormalige Abdij van Waten en vormden een soort commune, dat gezamenlijk een biljart kocht, de kamers restaureerde en eigen groente verbouwde.
Valckenaer en Van Beyma waren onderweg al in de problemen geraakt. Van Beyma had bij zijn vlucht uit Franeker vergeten uiterst belastende documenten mee te nemen, mogelijk omdat niemand wist wie de sleutel in zijn bezit had, zodat een grote groep Friese patriotten kon worden opgesloten in het Blokhuis te Leeuwarden. De beide mannen kregen ook ruzie over de verdeling van de reiskosten. Niettemin organiseerden Van Beyma en Valckenaer de uitkeringen afkomstig van de Franse staat. Een verschil van inzicht tussen Valckenaer en Van Beyma omtrent de te voeren politiek, het opzetten van een werkgelegenheidsproject, een scheepswerf in Grevelingen, de zorgvuldigheid van de administratie en de hoogte van de uitkeringen deed een nog heftiger breuk ontstaan. Er ontstond een verdeling in Valckenaeristen en Beymanisten, die werd uitgevochten in pamfletten. De twist bereikte in 1791 een climax. Valckenaer kreeg van Van Beyma geen uitkering. Valckenaer wierf echter de steun van de aristocratische leden van het voormalige politieke etablissement en won. In 1792 werd de commune ontbonden.[4] Er werd hem geen haar gekrenkt want hij viel onder de amnestieregeling. Valckenaer reisde in de daaropvolgende jaren naar Lyon, Montpellier, Bordeaux, de Republiek en ten slotte Parijs, waar een Bataafs Revolutionair Comité werd opgericht. Hij hoopte dat hij hier meer werk kon verrichten samen met mede patriotten Jacob Blauw en Casper Meijer. Dit comité zou uiteindelijk de steun van de Franse revolutionaire regering verliezen en ook zijn huwelijk met Rutgera Joanna de Lille liep op de klippen, wat hem de nodige zorgen opleverde.
Nadat de commune werd ontbonden, werd Valckenaer lid van de Club des Jacobins en werd hij geïnspireerd door werken van de Franse revolutionair Camille Desmoulins.[5] Toen het Schrikbewind van Maximilien de Robespierre in juni 1794 zich in alle hevigheid voltrok, vertrok hij, Nicolaas van Staphorst en anderen naar Zwitserland. Na de val van Robespierre op 28 juli keerden ze terug naar Parijs. Ze ontmoetten daar Lazare Carnot en Courtois, leden van het Comité de salut public en Nederlandse diplomaten die van plan waren om een invasie van de Republiek te bespoedigen. Valckenaar, die destijds in de kleine noord-Franse plaats Bièvres woonde, had zich volgens Willem van Irhoven van Dam als een sleutelfiguur geprofileerd die banen uitdeelde, wat nogal irritaties opriep bij Van Irhoven.
Bataafse revolutie van 1795 en terugkeer
[bewerken | brontekst bewerken]In januari 1795 trokken het Franse leger en het Bataafs Legioen over de Rijn er volgde een fluwelen revolutie die uiteindelijk bekend zou worden als de Bataafse Revolutie. Hij keerde terug naar de Republiek, waar hij zich al vrij snel ontpopte tot een radicale patriot die in dat jaar betoogde voor het ophangen van alle Orangisten en aristocraten aan lantaarnpalen, net als hij eerder deed in Frankrijk.[5]
Valckenaer aanvaardde op 4 maart van dat jaar een hoogleraarschap rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Leiden. Hij bleek zich echter meer bezig te houden met politieke activiteiten dan met het begeleiden van zijn studenten.[6] Zo bereidde hij stukken voor, voor een veroordeling van de raadpensionaris Laurens Pieter van de Spiegel en de stadhouder in oktober 1795. Verder probeerde Valckenaer de krant van zijn neef Johan Luzac over te nemen, maar toen dat niet lukte, begon hij met het publiceren van zijn eigen krant. Hij nam ontslag bij de Universiteit op 8 februari 1796 toen hij tot lid van de Eerste Nationale Vergadering werd gekozen. Hier was hij actief voor de Republikeinse fractie. Hij werd in april 1796 een aantal keer naar voren geschoven om het voorzitterschap van de Nationale Vergadering over te nemen, maar verloor meermaals nipt van moderate of onafhankelijke kandidaten. Al vrij spoedig was hij van mening dat de revolutie om zeep was gebracht en hij vertrok permanent uit de politiek nadat een oproer van de vrijwillige Amsterdam stadsmilitie, de kanonniers, van 8 tot 10 mei 1796 leidde tot grote onrust in de stad. Omdat de maatregelen tegen de prinsgezinden uitbleven, kozen zij de kant van de politieke groepen en kwamen de kanonniers tegen het stadsbestuur in opstand, een gebeurtenis die dreigde uit te groeien tot een algemene volksopstand en in andere steden tevens had geleid tot veel onrust. De moderate voorzitter van de recent gecreëerde Nationale Vergadering Jan Bernd Bicker greep in en liet Franse troepen de orde herstellen. Als gevolg van het oproer kwam de republikeinse fractie onder nog meer druk te staan en dit onderwerp kwam de daaropvolgende twee weken veelvuldig aan bod in de Nationale Vergadering. De nasleep van het oproer werd op handige wijze misbruikt voor de doeleinden van de moderate fractie om het verschijnsel van de volkssociëteit en de hervormingsgezinde republikeinse fractie in diskrediet te brengen. Nadat Valckenaer felle kritiek uitte op Bicker, werd zijn positie in de fractie onhoudbaar en ook de moderaten vonden dat hij moest verstrekken. Hij aanvaardde een gezantschap en vertrok overhaast naar Madrid, waar hij de buitengewoon ambassadeur van de Bataafse Republiek was van 21 maart 1799 tot 30 juni 1801.[2] In deze periode probeerde hij om het Koninkrijk Spanje over te halen de Republiek te steunen tegen Engeland. Valckenaer bleef aanzienlijke politieke invloed uitoefenen dankzij zijn hechte band met onder andere Pieter Vreede en Rutger Jan Schimmelpenninck, maar kende ook veel vijanden en in Parijs kreeg hij te horen dat hij niet langer welkom was. Hij moest hierdoor de stad binnen 24 uur verlaten. Tot slot kreeg hij nog een functie aangeboden om in mei 1800 lid te worden van het Uitvoerend Bewind, maar koos ervoor om die functie niet te aanvaarden.[4]
Adviseur voor Lodewijk Napoleon
[bewerken | brontekst bewerken]Teruggekeerd naar Nederland koos hij voor een bestaan als herenboer en hoofdingeland van het hoogheemraadschap van Rijnland. Hij vestigde zich in 1801 in de buurt van het Hollandse dorp Noordwijkerhout. Zijn kansen om opnieuw in het Bataafse bestuur te komen waren na 1800 echter beperkt vanwege zijn afkeer voor Napoleon. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Charles-Maurice de Talleyrand had insgelijks een hekel aan Valckenaer en wilde niets van hem weten. In 1805 had hij tevens contact met Maria Hulshoff. Bij het aantreden van koning Lodewijk Bonaparte in 1806 zocht Valckenaer toenadering tot de nieuw aangetreden vorst en stuurde hem regelmatig adviezen over verschillende onderwerpen waarover ze vaak contact hadden. Vanaf 1807 werd hij zelfs zijn persoonlijk adviseur, voornamelijk op het gebied van financiën. Zo adviseerde hij aan de koning om niet langer het Paleis op de Dam te gebruiken in verband met de geluidsoverlast, waardoor hij vond dat dit paleis ongeschikt was voor de koning.[7] Samuel Iperusz. Wiselius, Willem Bilderdijk en Anton Reinhard Falck kwamen regelmatig langs. Vanaf 1808 werd hij voorzitter derde klasse van het Koninklijk Instituut en op 16 juni 1810 werd hij tevens de Pruisisch gevolmachtigde in Parijs. In dit jaar zou hij ook de taak van het voeren van onderhandelingen met Napoleon op zich nemen. Deze taak vervulde hij tot juli 1811.[4] Desondanks had hij niks op met het nieuwe bewind van Napoleon en wilde hij niks te maken hebben met het Napoleontische regime gedurende de inlijving van het Koninkrijk Holland in het Eerste Franse Keizerrijk in 1810.[2] Tot 1810 woonde hij in het landhuis Meer en Bosch te Heemstede.
Een aantal maanden voor er een einde kwam aan het Fransgezinde bewind in de Republiek, werden in februari 1813 de twee officieren Maas en De Jongh gearresteerd. Kort daarna volgde de Joodse arts Hartog de Hartog Lémon. Het drietal werd beschuldigd van het voorbereiden van een Orangistische samenzwering, met als doel om, mocht een Engelse invasie plaatsvinden, de leiding van het land niet in handen van de Oranjes maar de radicale patriot Valckenaer te geven.[2] Twee maanden later werd hij op 25 april 1813 per ongeluk gearresteerd door het Franse bewind en kort daarop in de staatsgevangenis van Amsterdam vastgezet. Het bleek om een vergissing te gaan: zijn naam was verwisseld met een gelijknamige Valckenaer die als leider van een Orangistische opstand in Alphen werd aangezien. Hij verbleef tot 29 april in de gevangenis, waarna hij werd vrijgelaten toen de autoriteiten de vergissing hadden ontdekt.[4] In 1815 publiceerde hij zelfs een Orangistisch pamflet, waar zelfs de Orangisten geen raad mee wisten wegens zijn patriottisch verleden.[5]
Overlijden
[bewerken | brontekst bewerken]Hij stierf in 1821 op zijn buitenplaats Huis te Bijweg bij Bennebroek, waar hij gezelschap had van zijn vriend Theodorus van Kooten, die ook met hem naar Spanje was gereisd.[5]
Verwijzingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Schöffer, I. (1985) Een kortstondig hoogleraarschap. Johan Valckenaer in Leiden 1795-1796, p. 193-208. In: Groenveld, S., M.E.H.N. Mout, I. Schoffer, Bestuurders en geleerden: opstellen over onderwerpen uit de Nederlandse geschiedenis van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, aangeboden aan Prof. Dr. J.J. Woltjer bij zijn afscheid als hoogleraar van de Rijksuniversiteit te Leiden Amsterdam: De Bataafsche Leeuw. 1985.
- Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795.
- Sillem, mr. Jérome Alexander: Het leven van Mr. Johan Valckenaer (1759-1821) naar onuitgegeven bronnen bewerkt. In twee delen. Uitgeverij: P. N. Van Kampen & Zn., 1876.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Johan Valckenaer in het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde, www.dbnl.org
- Johan Valckenaer in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, huygens.knaw.nl
- ↑ Oddens, Pioniers in schaduwbeeld: het eerste parlement van Nederland 1796-1798. Universiteit van Amsterdam (2012). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- 1 2 3 4 Postma, Alexander Gogel (1765-1821): grondlegger van de Nederlandse staat. Universiteit Leiden (14 februari 2017). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- ↑ Huisman, Voor revolutiën gebooren. Universiteit van Groningen (2001). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- 1 2 3 4 5 Prof.Mr. J. Valckenaer. Parlement.com (Onbekend). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- 1 2 3 4 Mijnhardt, Een republikeinse erfenis. Universiteit Utrecht (10 oktober 2019). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- ↑ Schaeps, Portrait of Johan Valckenaer. Universiteit Leiden (13 januari 2012). Geraadpleegd op 22 april 2026.
- ↑ 1808 Capital. Gemeente Amsterdam (Onbekend). Geraadpleegd op 22 april 2026.